Let op uw pensioenrendement!

Uitzonderingen daargelaten, maar de kennis over het onderwerp ‘pensioenen’ is bij de meeste OR-leden onder de maat.

De Nieuwsbrief Medezeggenschap gaat daar – in de vorm van een drietal artikelen – wat aan doen. Die kennis is niet alleen van belang voor het geval de OR instemmingsrecht heeft op het invoeren, wijzigen of stoppen van een pensioen-regeling, maar ook als uw pensioen via een bedrijfstak-pensioenfonds geregeld is.

Pensioendeskundige Ruud Junge van Stattler & Waldorff beschrijft achtereenvolgens de overgang van middelloonregelingen naar een beschikbare premie-regeling en welke voetangels en klemmen daarbij een rol spelen; welke beleggingsmogelijkheden er zijn bij zo’n beschikbare premieregeling en de noodzaak om een goede individuele financiële planning te hebben die verder gaat dan het pensioen.

Pensioen is een beleggingsproduct geworden
De hoogte van uw pensioen is in hoge mate afhankelijk van het beleggingsrendement.

Bij middelloonregelingen worden in lopende pensioencontracten bij verzekeraars de premies berekend op basis van een rendement van 3%. Daarbij vindt vaak een fictieve belegging in staats-leningen plaats. Vanaf 2015 leveren die een rendement van 0,5% of minder op. Aangezien de verzekeraar het rendement van 3% garandeert, vindt de pensioenopbouw die in het reglement staat nog wel plaats, maar kan het opgebouwde pensioen niet worden geïndexeerd. Die indexatie moet in veel regelingen namelijk worden betaald uit de renteopbrengst boven 3%, de overrente, en daar is bij een belegging in staatsleningen al jaren geen sprake van.

Er zal voor vele jaren geen sprake van indexatie zijn, aangezien een rendement beneden 3%, negatieve overrente genaamd, eerst in de toekomst moet worden terugverdiend. Het gevolg is dat de opgebouwde pensioenen door inflatie elk jaar minder waard worden. Dit systeem past (allang) niet meer in deze tijd!

Bij contractverlenging worden de premies nu berekend op een rendement van 2% of lager. Daardoor stijgen de premies met 50% of meer. Bij een belegging in staatsleningen is er dan nog steeds geen sprake van overrente en zijn er nog steeds geen middelen om opgebouwde pensioenen te indexeren. De kostenverhoging is voor veel werkgevers reden om met hun middelloonregeling te stoppen en over te gaan naar een beschikbaar premie systeem.

Bij een middelloonregeling is de hoogte van de premie voor rekening en risico van de werkgever. Het risico van voldoende of onvoldoende rendement, bepalend voor de indexatie van het opgebouwde pensioen, is meestal voor rekening en risico van de werknemer.

Bij een beschikbare premieregeling liggen de kosten voor de werkgever vast en is het rendement voor rekening en risico van de werknemer. Aan de beschikbaar te stellen premie ligt ook een rendement ten grondslag, tegenwoordig vaak 3%. Er wordt verondersteld dat deze beschikbare premie voldoende is om, net als bij een middelloonregeling, in de jaarlijkse pensioenopbouw te voorzien.

Voorbeeld

Salaris €43.000
Franchise €13.000
Pensioengrondslag (PG) €30.000
Leeftijd werknemer 42 jaar
Middelloon 1,75% pensioenopbouw 1,75% PG > Pensioen-opbouw € 525 kost € 4.080
Beschikbare premie op lft 42 = 13,6% van de PG 13,60% PG  > Beschik-bare premie € 4.080 te kopen pensioen € 525

Om op de pensioendatum daadwerkelijk die € 525 pensioen te kunnen kopen, moet er wel jaarlijks 3% rendement worden gemaakt. Om een inflatie van bijvoorbeeld jaarlijks 1% bij te houden, moet er jaarlijks 4% rendement worden gemaakt. Het rendement  bepaalt de uiteindelijke pensioenuitkomst.

Bij een overgang van een middelloonregeling naar een beschikbare premieregeling wordt het lopende contract beëindigd en de opgebouwde pensioenen vaak achtergelaten. Een volgende keer meer over de mogelijke gevolgen van contractbeëindiging, daarna over de beleggingsmogelijkheden en het belang van het rendement voor en na pensionering in een beschikbare premieregeling.

Ruud Junge
Stattler & Waldorff

Reacties zijn gesloten.