Variabel DB-pensioen: (On)zekerheid op maat is beter dan duurbetaalde schijnzekerheid

De mogelijkheid om bij een beschikbare premieregeling na ingang voor variabel pensioen te kunnen kiezen, kan ook een uitkomst zijn voor een middelloonregeling.

Wellicht zijn de Nederlandse pensioenen niet alleen de beste, maar ook de veiligste ter wereld. Die veiligheid betekent dat de gepensioneerden zonder indexatie en met gekorte pensioenen jaren krap bij kas zullen zitten. Ander gevolg is dat gepensioneerden op het moment van overlijden nog een financiële buffer bezitten.

Een weloverwogen eigen keuze voor wat minder veiligheid geeft een reële kans op meer financiële speelruimte. Dat is een keuze die we gepensioneerden moeten bieden.

Nieuwe regelgeving variabel pensioen uit beschikbare premieregeling
De huidige lage rente heeft tot gevolg dat het pensioen uit een beschikbare premieregeling meer dan 20% lager is dan verwacht en dat dit pensioen bij een verzekerde regeling, ook bij rentestijgingen, nooit meer wordt verhoogd (geïndexeerd).

Het wetsvoorstel Verbeterde premieregeling (geplande ingangsdatum 1 augustus) biedt de werknemer dan ook de mogelijkheid om op de pensioendatum te kiezen voor een vast of voor een variabel pensioen.

Bij een vast pensioen vindt inkoop van pensioen uit het gespaarde kapitaal plaats op basis van de huidige marktrente. In de toekomst vinden er geen aanpassingen meer plaats.

Bij een variabel pensioen zijn er bij de start van het pensioen twee keuzes:

  1. Een laag pensioen, berekend op basis van een risicovrije rente. Het rendement op de beleggingen bepaalt de zekerheid van het pensioen en de kans op toekomstige indexatie. Weinig beleggingsrisico betekent zekerheid en minder kans op indexatie, meer beleggingsrisico betekent minder zekerheid, maar ook meer kans op indexatie.
  2. Een hoog startpensioen dat jaarlijks daalt. Hoog kan betekenen dat het startpensioen 20% hoger is dan een laag pensioen. De daling kan mogelijk worden voorkomen door meer rendement te maken dan de risicovrije rente. Daarvoor zal de gepensioneerde wat meer beleggingsrisico moeten accepteren. Het beleggingsresultaat bepaalt jaarlijks of het pensioen op hetzelfde niveau blijft, stijgt of daalt. Een stijging of daling kan worden gespreid over een periode van maximaal vijf jaar.

Een met 2%-punten dalend pensioen leidt tot een 20% hoger pensioen bij aanvang

Uit dit voorbeeld blijkt dat rekening houdende met 2% rente, pas op leeftijd negentig de som van de stijgende pensioen gelijk is aan de som van de gelijkblijvende pensioenen.

Een overeenkomstige handelwijze kan ook voor (een) nader te bepalen groep(en) of kring(en) worden gehanteerd. Binnen een dergelijke kring kunnen behalve beleggingsresultaten ook resultaten op langleven en sterfte worden gedeeld. In dat geval is voor de groep geen buffer nodig.
Naar verwachting zullen met name pensioenfondsen kringen toepassen.

Variabel pensioen voor middelloonregeling
Als pensioen gekocht uit een beschikbare premieregeling in de uitkeringsfase variabel kan zijn, dan kan dat ook voor een pensioen uit een middelloonregeling. Er moet wel onderscheid worden gemaakt tussen een middelloonregeling in een verzekerde regeling en in een pensioenfonds.

Verzekeraar
Bij een verzekerde pensioenregeling heeft de deelnemer de zekerheid van een levenslang pensioen dat niet mag worden gekort. Die zekerheid betekent dat de verzekeraar de gehanteerde rekenrente levenslang garandeert. Voor de nu nog lopende contracten ligt die rentegarantie op 3% (tot 2001 op 4%). Indexatie van pensioenen is afhankelijk van de overrente, ofwel het rendement boven de gegarandeerde rente. Die is naar de stand van dit moment gering tot negatief, met als gevolg dat verzekeraars deze pensioenen langdurig niet of nooit meer zullen indexeren.

Toch zou een verzekeraar de pensioenen variabel kunnen maken. De rentegarantie kan worden ‘afgekocht’ door de voorziening te verhogen door die op een lagere rente dan de garantierente te berekenen. Gepensioneerden kunnen dan net als bij de beschikbare premieregeling kiezen voor een variabel pensioen dat past bij hun risicobereidheid. Dus of voor zekerheid en voor eenzelfde laag pensioen, dat misschien in de toekomst enigszins wordt geïndexeerd, of voor minder zekerheid en een hoger aanvangspensioen dat, afhankelijk van beleggingsresultaten daalt gelijk blijft of stijgt.

Een verzekeraar heeft de voorziening voor zijn pensioenverplichtingen in de boeken op marktwaarde plus solvency-buffers staan. Daardoor kan voor de verzekeraar een vrijval ontstaan en kan sprake zijn van een win/win situatie. De verzekeraar maakt boekwinst en de gepensioneerden krijgen een (weliswaar minder zeker, maar) geïndexeerd of een hoger pensioen.

Pensioenfonds
Bij een pensioenfonds is qua financiering het uitgangspunt dat de verplichtingen ook moeten kunnen worden nagekomen als er geen sponsor meer is. Dit betekent ook dat pensioenen kunnen worden gekort, indexatie van pensioenen voorwaardelijk is, de voorziening wordt gebaseerd op een risicovrije rente en er ook een buffer moet zijn.

Een variabel pensioen kan op dezelfde wijze worden ingericht als bij pensioenen uit een beschikbare premieregeling. Voor pensioenfondsen betekent dit dat ze de mogelijkheid van een dalend pensioen moeten ontwikkelen. Net als bij de premieregelingen moet een daling worden voorkomen door meer rendement te maken dan de risicovrije rente. Daarbij kan de buffer naar keuze van de gepensioneerde worden ingezet om een rendementstekort op te vangen of een daling van zijn pensioen te voorkomen.

Als een variabel pensioen voor gepensioneerden mogelijk is, dan moet dat ook kunnen voor de opgebouwde pensioenen van (ex-)deelnemers. Het is daarbij voor de hand liggend om tot de pensioendatum uit te gaan van het bestaande pensioen dat wordt verhoogd of verlaagd op basis van het rendement van de door de (ex-)deelnemer gekozen beleggingsmix.

Geïndividualiseerde pensioenvoorziening
Het variabel pensioen sluit meer aan bij een geïndividualiseerde pensioenrekening zoals die naar verwachting gaat ontstaan. Het zou voor veel deelnemers met een middelloonregeling een uitkomst zijn als ook zij hun pensioenvermogen mogen gebruiken om een variabel pensioen aan te kopen. Wel zullen in zijn algemeenheid bij het invoeren van variabel pensioen voor pensioenfondsen scheiding van vermogens (ringfencing) wettelijk mogelijk moeten worden gemaakt.

Alhoewel beleggingskeuzes worden geïndividualiseerd, blijven de beleggingen collectief gegroepeerd. Deling van beleggingsrisico’s binnen een pensioenfonds neemt hierdoor af, maar de nieuwe opzet is een noodzakelijke stap in de toekomst.

Ruud Junge
Stattler & Waldorff

Joop Rietmulder

Reacties zijn gesloten.